TL;DR – In het kort
Veel organisaties investeren in een nieuw integratieplatform in de hoop hun problemen op te lossen. Maar zonder duidelijke principes, governance en inzicht in het applicatielandschap herhaal je oude fouten in een nieuw systeem.
Een iPaaS of ESB is slechts zo goed als de organisatie die het gebruikt. Begin met eigenaarschap, documentatie en architectuurprincipes pas dan volgt het platform. Zo voorkom je vendor lock-in, verlies van overzicht en oplopende kosten.
De meeste organisaties komen vroeg of laat op hetzelfde punt: de integraties tussen systemen groeien ze boven het hoofd. Dataverkeer loopt stroperig, interfaces zijn verouderd, koppelingen breekbaar. De reflex? Een nieuw platform aanschaffen. Een iPaaS-oplossing, een moderne middleware of een integratiehub die alles belooft te verbinden.
Maar wie dat zonder herziening van zijn werkwijze doet, vervangt vooral oude complexiteit door nieuwe complexiteit. In deze blog leggen we uit waarom een nieuw integratieplatform zelden het echte probleem oplost en wat er wél nodig is om integraties beheersbaar en schaalbaar te maken.
Integratieproblemen zijn zelden technisch
Integratie lijkt op het eerste gezicht een technisch vraagstuk. Er zijn API’s, connectors, workflows, datastromen, authorisaties, protocollen. Maar onder de motorkap zit het echte probleem bijna nooit in de techniek.
Het probleem zit in onduidelijke processen, ontbrekende governance en gebrek aan inzicht in hoe systemen samen zouden moeten werken. Met andere woorden: je kunt een perfecte tool hebben, maar als de denkwijze niet klopt, maak je dezelfde fouten in een nieuw jasje bij de automatiseren van processen.
Een nieuw platform lost niets op als:
- er geen overzicht is van het huidige applicatielandschap,
- niemand eigenaarschap heeft over de integraties van de applicaties,
- of integratie nog steeds wordt gezien als “het laatste stukje van een project” in de besluitvorming.
Dan blijft het dweilen met de kraan open.
Van ESB naar iPaaS – nieuwe namen, oude principes
Twintig jaar geleden losten veel organisaties hun integratieproblemen op met een Enterprise Service Bus (ESB). Het idee: één centrale laag die alle systemen met elkaar verbindt. Toen kwam de cloud, en met die trend ook een nieuwe generatie oplossingen zoals Integration Platform as a Service (iPaaS).
De technologie is veranderd, maar de principes niet: je hebt nog steeds te maken met datastromen, afhankelijkheden, versiebeheer, logging en monitoring. De grootste misvatting is dat iPaaS automatisch eenvoud betekent. In werkelijkheid krijg je er vaak iets bij: een extra laag governance en platformbeheer.
Technologie is een hulpmiddel, geen vervanging van structuur. Een iPaaS kan processen versnellen, maar alleen als je weet wat je doet.
De valkuil van ‘even snel migreren’
Veel organisaties willen “oude koppelingen vervangen door een nieuw platform”. Dat klinkt logisch, maar leidt vaak tot een kopie van het oude landschap in een modern jasje.
De valkuil is bekend:
- men migreert koppelingen één op één, wat de efficiëntie van de integratie kan beïnvloeden,
- zonder de logica of datastromen te herzien,
- en zonder te toetsen of de processen nog passen bij de huidige bedrijfsvoering.
Het gevolg? Je eindigt met een modern platform dat oude fouten sneller reproduceert.
Een voorbeeld uit de praktijk:
Een organisatie migreerde zijn integraties naar een cloudgebaseerde iPaaS-oplossing. Technisch werkte het perfect. Maar de datastromen waren nooit ontworpen voor realtime verwerking. Rapportages bleven traag, en processen liepen nog steeds vast. Niet door de tool maar door het ontwerp van de applicaties.
Platformkeuze ≠ integratiestrategie
De markt staat vol met integratieplatformen. Gartner publiceert jaarlijks lijsten met de beste tools.
Daarin draait alles om functionaliteiten, connectoren, schaalbaarheid en gebruiksvriendelijkheid.
Maar in de praktijk bepaalt niet het platform het succes, maar de volwassenheid van de organisatie.
Vragen die zelden gesteld worden bij de keuze van een platform voor systeemintegratie:
- Hoe beheren we alle integraties na de implementatie?
- Wie is eigenaar van de data tussen systemen?
- Hoe zorgen we dat we niet afhankelijk worden van één leverancier (vendor lock-in)?
- Welke processen moeten realtime, en welke mogen batchgewijs lopen?
- En: hoe meten we of onze integraties echt bijdragen aan bedrijfsdoelen?
Zonder die vragen is elke platformkeuze een gok.
De rol van governance en eigenaarschap
Een nieuw integratieplatform biedt geen magie. Het vraagt om duidelijke verantwoordelijkheden, beheerprocessen en kaders voor wijzigingsbeheer. Goede governance begint met een simpel uitgangspunt: één persoon of team is verantwoordelijk voor het geheel van de operationele processen.
Zonder dat ontstaan gaten:
- wie past een workflow aan als de brondata wijzigt?
- wie test of een koppeling nog voldoet aan nieuwe compliance-vereisten?
- wie houdt overzicht over alle actieve integraties?
Bij veel organisaties is het antwoord: “verschillende mensen, afhankelijk van de tool.” En juist daar gaat het mis. Zonder centrale regie ontstaat versnippering en versnippering kost tijd, geld en zekerheid.
Waarom automatisering zonder context averechts werkt
Veel iPaaS-platformen beloven ‘no-code’ of ‘low-code’ integraties: klik, koppel, klaar. In theorie bespaart dat tijd. In de praktijk levert het vaak een wildgroei aan kleine, handmatig gebouwde workflows op die niemand centraal beheert. Het klinkt efficiënt, maar de complexiteit verschuift van de techniek naar de organisatie. Zodra één workflow wijzigt of een API veroudert, begint de ellende: de integratie breekt, data blijft hangen, en niemand weet waar de fout zit.
Automatisering zonder ontwerpprincipes is als bouwen zonder fundering. Het lijkt snel, tot het scheurt.
De échte oplossing: denken in principes, niet platforms
In plaats van de volgende tool te kopen, loont het om even stil te staan bij de basisprincipes.
Een volwassen integratiestrategie:
- Ziet integratie als onderdeel van architectuur, niet als bijproduct van projecten.
- Kent duidelijke rollen en eigenaarschap – wie ontwerpt, wie beheert, wie test.
- Hanteert herbruikbare patronen voor efficiëntie in implementeren. voor datatransport, foutafhandeling en beveiliging in applicaties.
- Documenteert elke koppeling, inclusief doel, afhankelijkheden en onderhoud.
- Meet volwassenheid, niet alleen uptime.
Met die basis kun je elk platform laten werken of dat nu een ESB, iPaaS of hybride oplossing is.
Hybride realiteit: on-premise én cloud
De meeste organisaties zitten niet volledig in de cloud. Ze hebben een mix van on-premise systemen, cloudapplicaties en SaaS-diensten. Die hybride realiteit maakt integratie niet eenvoudiger. Een iPaaS kan helpen om data te stroomlijnen tussen ERP, CRM en cloudapplicaties, maar alleen als de interfaces en datamodellen goed zijn ontworpen.
Anders loop je tegen hetzelfde probleem aan als vroeger: handmatige uitzonderingen, maatwerk, en koppelingen die steeds complexer worden. Het doel is niet om alles naar één platform te trekken, maar om systemen beheersbaar en voorspelbaar te laten samenwerken.
De verborgen kosten van platformdenken
Nieuwe tools beloven vaak lagere implementatiekosten en minder beheer. Toch blijkt in de praktijk dat organisaties juist méér betalen:
- dubbele licenties,
- specialistische consultants,
- extra cloudverkeer,
- en onverwachte integratiebeperkingen.
De oorzaak? De organisatie is niet veranderd, alleen de software. Technologie zonder volwassenheid creëert schijn-efficiëntie: het lijkt sneller, maar lost structureel niets op.
Naar beheersbare integratie – waar begin je?
Een nieuwe tool kan waardevol zijn maar pas als de basis op orde is.
Begin met deze stappen:
- Maak het landschap zichtbaar
Documenteer alle systemen, koppelingen en dataflows. Benoem waar redundantie of afhankelijkheid zit. - Bepaal principes vóór platform
Bespreek samen wat integratie voor jullie betekent. Realtime of batch? Standaard of maatwerk in bedrijfsprocessen? Pas dán kies je een platform. - Beleg eigenaarschap en governance
Richt een integraal beheerproces in. Laat integraties onderdeel zijn van je change- en releasecyclus.
Met die aanpak wordt integratie niet iets wat je implementeert, maar iets wat je structureel beheert en verbetert.
Tot slot: een platform is is een middel, niet de oplossing
Het maakt uiteindelijk weinig uit of je werkt met een ESB, iPaaS of hybride integratieplatform. Het verschil zit niet in de software, maar in hoe je ermee omgaat. Wie integratie benadert als een vakgebied, ontwerpt eenvoud waar anderen complexiteit blijven managen in bedrijfsprocessen. Een nieuw platform lost niets op zonder de modernisatie van de bedrijfsprocessen. Een volwassen aanpak wél.