“Moeten we naar de cloud, of moeten we alles lokaal houden?”

Een logische vraag die ik vaak krijg. Maar voor productiebedrijven is het eigenlijk de verkeerde vraag. De betere vraag is: Welke data moet direct reageren en welke data mag wachten? 

Want een productielijn kan niet wachten op een cloudverbinding wanneer een machine binnen milliseconden moet reageren op een afwijking. Tegelijkertijd wil je historische productiedata juist centraal analyseren, combineren met ERP-data en gebruiken voor AI. Daarom heb je niet alleen één plek nodig – je hebt ook twee snelheden nodig.  

Wat hoort lokaal en wat hoort in de cloud? 

Op de edge:
Data waarbij direct handelen nodig is. Denk aan: 

  • afwijkingen detecteren;  
  • kwaliteitscontrole;  
  • machinebesturing;  
  • realtime monitoring;  
  • lokale AI.  

In de cloud:
Data waarbij analyse en schaalbaarheid belangrijker zijn. Denk aan:  

  • historische analyses;  
  • BI;  
  • AI-training;  
  • multi-site dashboards;  
  • combineren van productie-, ERP-, energie- en planningsdata.  

Dat is de gedachte achter een hot path en cold path.  

Maar wat gebeurt er als de internetverbinding wegvalt? 

Dat is precies waarom tijdkritische processen lokaal moeten kunnen draaien. De edge verwerkt de noodzakelijke data lokaal. Valt de verbinding met de cloud weg, dan kan de productie doorgaan. Zodra de verbinding terug is, worden relevante gegevens weer gesynchroniseerd. Cloud-afhankelijkheid hoeft dus niet hetzelfde te zijn als afhankelijkheid van een permanente verbinding. 

Krijgt OT dan niet nóg een omgeving om te beheren? 

Dat hoeft juist niet. Een goede hybride architectuur voorkomt dat je twee volledig gescheiden werelden bouwt. De edge doet wat lokaal nodig is. De cloud doet wat centraal nodig is. Slimme synchronisatie bepaalt wat wanneer wordt uitgewisseld. 

Daarmee kunnen machinedata en bijvoorbeeld ERP-, energie- en planningsdata samenkomen zonder dat IT en OT ieder hun eigen infrastructuur hoeven te onderhouden.  

Hoe bepaal je welke data waar terechtkomt? 

Niet op basis van de vraag “waar staat onze infrastructuur?”, maar op basis van drie vragen: 

  1. Hoe snel moet er worden gereageerd?
    Milliseconden? Dan lokaal.
  2. Moet de data centraal beschikbaar zijn?
    Voor rapportage, analyse of multi-site inzicht? Dan naar de cloud.
  3. Mag de data de fabriek verlaten?
    Security, privacy en databeleid bepalen wat lokaal blijft. Die regels kun je vervolgens per datatype, locatie en tijdstip inrichten. 

Dus: edge óf cloud? 

Nee – edge voor autonomie en cloud voor schaalbaarheid. Samen voor een toekomstvaste productieomgeving.  De discussie zou daarom niet moeten gaan over cloud versus on-premise, maar over waar data de meeste waarde oplevert.

Benieuwd welke industriële data lokaal moet blijven en welke data juist centraal waarde oplevert?

Neem contact met ons op en ontdek hoe Maestro  edge en cloud slim combineert voor jouw productieomgeving.